Vragen over de hoogte van je pensioen 

Hoeveel pensioen kan ik redelijkerwijs verwachten, als ik op 62 jaar met pensioen ga en ik een vrijwel volledige pensioenopbouw heb?
Deze vraag is moeilijk eenduidig te beantwoorden. Het jaarlijkse Uniforme Pensioen Overzichten (UPO) geeft aan hoe je pensioen zich ontwikkelt en welk pensioen je minimaal zult opbouwen.
Als we er van uit gaan dat je uitsluitend pensioen hebt opgebouwd volgens de collectieve beschikbare middelloonregeling, dan bedraagt je eindpensioen bij 40 dienstjaren minimaal 70 % van je gemiddelde salaris van die veertig jaar. Door het verstrekken van toeslagen zal het pensioen hoger uitvallen. Hoeveel hoger, hangt af van de hoogte van de verstrekte toeslagen. Ook dit kun je volgen op het jaarlijkse pensioenoverzicht.
Veel deelnemers doen al vele jaren mee aan de regeling van Stichting Pensioenfonds Haskoning. Behoor je tot deze groep, dan heb je onder vorige regelingen meer pensioenrechten opgebouwd dan de huidige regeling toekent. Deze pensioenrechten zijn ondergebracht in het garantiecontract en maken onderdeel uit van het pensioenoverzicht.
Ook hebben oudere deelnemers vanaf hun 52ste jaar van 1 januari 2000 tot 1 januari 2006 deelgenomen aan de regeling tijdelijk ouderdomspensioen (TOP). Hierbij werd een vervangende AOW pensioen opgebouwd voor de periode tussen 62 en 65 jaar. De vóór 1 januari 2006 opgebouwde rechten blijven bestaan.
Wanneer je van plan bent op 62e jarige leeftijd met pensioen te gaan, moet je je wel realiseren, dat je voor de periode 62 – 65 jaar aanvullende financiële middelen moet hebben. Bij de opbouw van het pensioen wordt er immers van uitgegaan, dat je naast pensioen ook AOW krijgt. In de periode van je 62e – 65e jaar krijg je echter geen AOW. Ook gelden er andere fiscale regels als je ouder dan 65 jaar bent.

Moet het pensioenfonds ook Uniforme Pensioen Overzichten (UPO’s) toesturen aan de ex-deelnemers?
Ja, minimaal één maal per 5 jaar moet een dergelijk overzicht worden verstrekt.

Wanneer treedt het Pensioenregister in werking?
De regering gaat er van uit, dat dit register in 2011 beschikbaar komt. In het register staan de opgebouwde rechten van iedere burger vermeld. In de pensioenwereld vindt men dit voornemen van de regering om in 2011 een werkend pensioenregister te hebben, ambitieus.

Als ik besluit na mijn 62e jaar door te werken, hoeveel extra pensioen ontvang ik dan?
Als je na je 62e jaar door blijft werken blijf je pensioen opbouwen. Ook neemt je
pensioen toe, omdat er minder lang pensioen uitgekeerd hoeft te worden. Als stelregel
kun je gebruiken, dat ieder jaar doorwerken na je 62e jaar leidt tot een verhoging van
je pensioen met ca. 10-13%. Door met 65 jaar met pensioen te gaan, verhoog je dus je je pensioen met ca. 35%.

Hoe komt het, dat bij uitstel van mijn pensioen na 62 jaar de verhouding ouderdomspensioen/partnerpensioen niet meer 100/70 is, maar lager?
Bij uitstel wordt volgens het reglement het ouderdomspensioen verhoogd met de z.g. uitstelfactoren. De achtergrond van de verhoging van het ouderdomspensioen is, dat bij uitstel van het ouderdomspensioen het opgebouwde pensioen over een kortere periode wordt uitgekeerd. Daarmede wordt het uit te keren ouderdomspensioen per jaar hoger. De uitstelfactoren gelden niet voor het nabestaandenpensioen. Immers, de periode waarover het nabestaandenpensioen wordt uitgekeerd is afhankelijk van het moment van overlijden van de deelnemer en het moment van overlijden van de partner. Deze periode wordt niet beïnvloed door het al dan niet uitstellen van het ouderdomspensioen.
Er ontstaat een andere situatie wanneer een deelnemer er voor kiest geheel of gedeeltelijk door te werken na hun 62ste jaar. Hierdoor bouwen zij niet alleen extra ouderdomspensioen op, maar ook extra partnerpensioen. Het partnerpensioen stijgt bij doorwerken dus wel, maar minder dan het ouderdomspensioen, omdat de uitstelfactoren op het partnerpensioen niet van toepassing zijn. Hierdoor is ook bij doorwerken het nabestaandenpensioen lager dan 70% van het ouderdomspensioen.
Volgens ons pensioenreglement [art.6e] is het mogelijk op de pensioeningangsdatum een deel van het ouderdomspensioen om te ruilen in [levenslang] partnerpensioen. Daarbij geldt als voorwaarde dat het partnerpensioen nooit meer mag bedragen dan 70% van het ouderdomspensioen. Op deze manier kan een deelnemer er dus voor zorgen,dat de verhouding 100/70 wordt hersteld.|

In welke gevallen is het verstandig nabestaandenpensioen om te zetten in ouderdomspensioen?
Nabestaandenpensioen kan op pensioeningangsdatum (en alleen dan) worden omgezet in extra ouderdomspensioen.
In de regel gebeurt dit als de medewerker op dat moment geen partner heeft. Ook komt het voor, dat de partner geen behoefte heeft aan een nabestaandenpensioen omdat de partner zelf een eigen goede pensioenvoorziening heeft.
Omzetting van nabestaandenpensioen in ouderdomspensioen is alleen mogelijk, wanneer de partner daarmee instemt door medetekening van het verzoek om omzetting.

Kun je ook ouderdomspensioen omzetten in extra nabestaandenpensioen?
Ja. Volgens de pensioenwet, en ons reglement, kan dat op de pensioeningangsdatum. Het ouderdomspensioen kan worden omgezet in nabestaandenpensioen, waarbij de voorwaarde geldt dat het nabestaandenpensioen niet hoger mag worden dan 70 % van het ouderdomspensioen, dat resteert na de omzetting. Voor deelnemers van ons pensioenfonds betekent dit over het algemeen dat er geen of nauwelijks ouderdomspensioen kan worden omgezet in nabestaandenpensioen. Ons fonds kent immers een nabestaandenpensioen ter hoogte van 70 % van het ouderdomspensioen.

Hebben wij een nabestaandenpensioen op kapitaalbasis?
Ja, het nabestaandenpensioen van het pensioenfonds is op kapitaalbasis. Dit betekent, dat er tijdens je werkzame leven nabestaandenpensioen wordt opgebouwd. Hierdoor krijgt je partner ook nabestaanpensioen, wanneer je na je pensionering komt te overlijden.
Tegenover het nabestaandenpensioen op kapitaalbasis staat het pensioen op risicobasis. Bij een nabestaandenpensioen op risicobasis wordt geen nabestaandenpensioen opgebouwd. Het is een verzekering tegen overlijden ten behoeve van je partner tijdens je dienstverband. Bij nabestaandenpensioen op risicobasis krijgt je partner alleen nabestaandenpensioen als je tijdens je dienstverband overlijdt.

Is het nabestaandenpensioen op kapitaalbasis nog steeds de norm?
Nee. De afgelopen jaren hebben veel pensioenfondsen besloten om het nabestaandenpensioen op kapitaalbasis te wijzigen in een nabestaandenpensioen op risicobasis. Sinds enkele jaren is nabestaandenpensioen op kapitaalbasis niet de norm, maar wordt nabestaandenpensioen op risicobasis eerder als norm gehanteerd.
Stichting Pensioenfonds Haskoning heeft in overleg met de onderneming besloten het nabestaandenpensioen op kapitaalbasis te handhaven.

Moet ik ingaan op verzoeken van financiële instellingen, die willen beoordelen of mijn oudedagsvoorziening voldoende is?
Deze vraag is in algemene zin moeilijk te beantwoorden. Het is van belang, dat je je bewust bent hoeveel pensioen je kunt verwachten bij stoppen met werken, ingeval van arbeidsongeschiktheid of bij overlijden. Pas wanneer je daar inzicht in hebt, kun je voor jezelf beslissen of het vormen van extra voorzieningen in jouw persoonlijke situatie nodig/gewenst is. Hierbij kun je je natuurlijk laten bijstaan door pensioenadviseurs. Wanneer je extra voorzieningen nodig hebt, dan zou je kunnen onderzoeken of bepaalde financiële instellingen (verzekeringsmaatschappijen, banken) hiervoor aantrekkelijke aanbiedingen doen.
Overigens zou deelname aan de levensloopregeling in dit verband een interessante optie kunnen zijn.

Kun je fiscaal voordelig extra pensioen sparen?
Sinds 1 januari 2006 zijn de mogelijkheden om fiscaal extra pensioen te sparen beperkt. In onze pensioenregeling is de fiscale ruimte vrijwel volledig benut (maximale opbouw, minimale franchise).
Wel is het mogelijk nog fiscaal aantrekkelijk pensioen te sparen over loonbestanddelen die niet vallen onder de definitie van de pensioengrondslag. Hierbij kun je denken aan bonussen, gratificaties, vergoeding, overwerk etc. Of er sprake is van pensioenruimte kan worden berekend met de factor A. Deze factor wordt ieder jaar door het pensioenfonds verstrekt op het Uniforme Pensioen Overzicht (UPO). Wanneer er nog pensioenruimte is, kun je fiscaal gunstig bijsparen via een lijfrente of het zogenaamde banksparen (bestaat sinds 1 januari 2008). Hierin kan de Stichting Pensioenfonds Haskoning niet faciliteren.
Ook kun je overwegen deel te nemen aan de zogenaamde levensloopregeling. Hiermee kan worden bereikt dat je, voordat je werkelijk met pensioen gaat, nog enige tijd inkomen hebt uit het geld dat je belastingvrij hebt gespaard via de levensloopregeling. Hierdoor kun je er voor kiezen eerder te stoppen met werken, terwijl de hoogte van je pensioen niet afneemt door vervroeging van de pensioeningangsdatum (ieder jaar vervroeging van de pensioeningangsdatum betekent immers een verlaging van je pensioen met ca. 8 %). Wanneer je van de levensloop gebruikt maakt, kun je geen pensioen opbouwen. Dit is logisch, want je inkomen bestaat dan uit gespaard geld, waarover al pensioen is opgebouwd.

Mag ik bijverdienen tijdens mijn pensionering?
Ja, je verdiensten worden niet verrekend met je pensioenuitkering. Hierbij moet de kanttekening worden geplaatst, dat je alleen mag bijverdienen na de pensioenrichtdatum van 62 jaar. Wanneer je voor je 62e jaar met pensioen gaat, stelt de fiscus op dit moment als eis dat je een verklaring tekent dat je je arbeidzame leven beëindigt voor dat deel dat je met pensioen gaat.